MENS EN NATUUR
Zowel mensen, planten als dieren doen in het voedselbos op Prattenburg eigenlijk twee dingen: geven en nemen. Er moet wel een balans zijn tussen die vijf, anders verdwijnt de natuurlijke dynamiek en houdt het bos zich niet meer zelf in stand. Zijn dieren de oorzaak van disbalans (te veel, te weinig, de verkeerde soort), dan zien we dat vooral als uitdaging aan de ontwerpers om het systeem te versterken en niet om vijandige of natuuronvriendelijke maatregelen te nemen. Wat als er onvoldoende insecten zijn voor de bestuiving, als er vraatschade ontstaat door reeën, als eekhoorns flink hazelnoten en walnoten consumeren, en als mensen…, en al die andere verrassingen.

We passen syntropic farming toe. Traditioneel is: chemische gewasbescherming, pesticiden. Biologisch: niet-chemische gewasbescherming. In beide gevallen worden middelen ingezet die het onderscheid moeten maken tussen ‘goed’ en ‘kwaad’. Maar in syntropic farming bestaat geen goed of kwaad. Alles draait om het sterk en productief maken van het totale voedselbossysteem. Ziekten leiden tot aanpassing van het systeem, bijvoorbeeld meer of minder wind toelaten, een doorgang voor insecten maken, een plantsoort verplaatsen. De ontwerpers van het voedselbos zijn de gewasbeschermers.  De bodem van het voedselbos reguleert op den duur zelf de vochtigheid en de voeding. Maar niet in het begin! In de opstartfase moet het ecosysteem op gang gebracht en dat gebeurt door mulchen. Mulchen is: de bodem om en nabij planten bedekken ter bescherming, voeding en tegen onkruid. Wij gebruiken daarvoor wol, blad en houtsnippers.

i


Bevorderen, niet afbreken. ‘It’s the way life works’(Ernst Götsch).